Doktersraad: Gif en antibiotica

duiven doktersU hebt er vast wel van gehoord: de Fipronil affaire.  De dosering van dit luizenmiddel, waarmee stallen ontsmet zijn, in  eieren en producten die daaruit bereid zijn is uiterst laag.

Fipronil zit ook in vlooien- en tekenmiddelen (zeker vier) voor honden en katten. De dosering loopt in die uitknijptubes wel op tot ruim 400 mg per toepassing.

Stel u spuit een tube onder de haren op de huid van de hond. Alhoewel gewaarschuwd wordt de hond op die plaats, achter de kop, niet aan te raken kunt u vaak niet voorkomen dat een kind de hond op die plaats wel aait. De kleine likt daarna aan de handen en krijgt een hoge dosis Fipronil naar binnen. Goed is het niet maar als dat niet wekelijks gebeurt is er niets aan de hand.

Er heerst een beetje chemofobie (angst voor alle chemische producten zoals chemotherapeutica en antibiotica) in de geneeskunde.

Bij antibiotica wordt vaak gewaarschuwd voor resistentie. Wij controleren of laten door enkele  instituten onder andere Salmonella-bacteriën (Paratyphus) die we vinden, controleren op resistentie.

Praktisch alle antibiotica lijken goed te werken, zelfs middelen en dat vind ik, die langdurig in te lage doseringen zijn toegepast bij duiven, zodat je resistentie zou kunnen verwachten.

Of dat voor zoogdieren ook geldt weet ik niet. Het antibioticagebruik is bij de landbouwhuisdieren is overigens tot meer dan de helft teruggebracht.

De Fipronil- hetze vind ik dramatisch. Het kost vele boeren de kop en onze economie (export) nog meer. Nederlandse eieren zijn voorlopig in de wereld taboe. Alhoewel de NVWA (Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit) kennelijk al eerder op de hoogte was, had het mij verstandig geleken de mededelingen over het gebruik vooralsnog niet naar buiten te brengen en eerst de mate van giftigheid te bepalen en tegelijk te zorgen dat het uit de handel genomen werd want het is tenslotte een verboden stof voor het gebruik bij consumptie dieren  Nu wordt de NVWA ten onterechte de zwarte piet toegewezen terwijl hun zegsman alleen maar open en eerlijk was.

En over duiven:  wij hadden ook duiven met luizen, de stuitluis en de lange veerluis. We kunnen ze behandelen met een Ivomec-product ( de meeste druppels voor op de huid zijn daarvan bereid) , maar het nadeel vinden wij dat ze de conditie kunnen beïnvloeden wat vooral in het vluchtseizoen een probleem is. Daarom hebben we Anti-Veerluis van Beaphar genomen( een mengsel van Permethrin en Piperonylbutoxide) een veilig middel met goede resultaten en de inkorvers hadden deze week geen luizen op hun witte jas.

Nog een tip : vergeet de late jongen niet te enten tegen Paramyxo . Vaak worden die pas in de winter geënt . Als we duiven met Paramyxo zien zijn het meestal de laatjes.

Verder adviseren we een goed gemengd ontlastingsmonster (mengsel van enkele dagen) te laten onderzoeken op Paratyfus want juist in de ruiperiode scheiden de duiven deze bacterie uit zodat we de dragers kunnen behandelen.

J. van der Sluis

Door | 2017-08-29T22:36:22+00:00 29 augustus 2017|Doktersraad, Nieuws|0 Reacties