Mijmeringen Duivensport anno 2030 (6)

Groei van de duivensport
De duivensport zit in een lastige positie. Door vergrijzing en te weinig aanvulling zien we een
gestage afname van het aantal actieve liefhebbers. De gemiddelde leeftijd van onze
liefhebbers is 61 jaar en 20% van de leden is ouder dan 75 jaar. Aanwas van nieuwe leden
gebeurt maar mondjesmaat, maar ze zijn er wel. In de afgelopen maanden hebben zich 68
echt “nieuwe” leden aangemeld en dat is hoopvol. De duivensport is een veeleisende hobby.
Tijdbeslag, kosten en (on)mogelijkheden om duiven te houden zijn hiervoor in belangrijke
mate verantwoordelijk. Als de huidige trend zich doorzet daalt het aantal liefhebbers naar
rond 10.000 leden in 2030. En dat zal al een flinke opgave zijn!
Het is duidelijk dat het stoppen van de ledenteruggang een formidabele opgave is zonder
eenvoudige antwoorden. De eerste prioriteit is het vermijden van interne conflicten welke
onevenredig veel energie en aandacht kosten. Alle energie en tijd die daar in gaat zitten
kunnen we niet besteden aan het ontwikkelen en het laten groeien van de sport. De
organisaties op landelijk, afdeling en vereniging niveau soepel draaiende houden is dus een
doel op zich.

Het veeleisende karakter van de duivensport kan een serieus obstakel zijn voor zowel
behoud als aanwas van leden. Het tijdsbeslag en de niet geringe kosten zijn voor velen een
hobbel. Het vormen van combinaties kan een antwoord zijn op het veeleisende karakter van
de duivensport. Meer handen maken immers lichter werk.

Uiteraard beleven liefhebbers op hun eigen manier en intensiviteit hun hobby. De een is pas
tevreden met topuitslagen, de ander benadert het relaxter. Ondanks dit verschil in beleving
is een ‘lightversie’ van duiven houden niet voor handen. Als je vist kun je besluiten wanneer
en hoe vaak je gaat vissen maar onze duiven vragen elke dag aandacht. Hierin onderscheidt
de duivensport zich van vele andere sporten. Anderzijds is de dagelijkse omgang met onze
duiven voor veel liefhebbers juist wat de duivensport zo aantrekkelijk maakt. Het is niet voor
iedereen weggelegd maar diegenen die de duivensport beoefenen genieten ervan en dat
moeten we duidelijk maken aan de buitenwacht. De nieuwe communicatie strategie van de
NPO die binnenkort bekend wordt gemaakt zal een belangrijke rol spelen bij de promotie
van de duivensport.

Om het groeivraagstuk verder te analyseren is het opgesplitst in drie vragen:
1. Hoe houden we liefhebbers zo lang mogelijk aan boord?
2. Welke initiatieven zijn kansrijk om nieuwe leden te werven?
3. Hoe ziet een gezonde duivensport eruit met minder leden dan nu?

1. Hoe houden we liefhebbers zo lang mogelijk aan boord?
Waar duivensport al een veeleisende hobby is moeten we ervoor waken de eisen en kosten
niet nog verder op te schroeven. De lijst van zaken welke contraproductief zijn en toch langs
zijn gekomen in de afgelopen jaren, is lang. Overladen vliegprogramma’s, dreigende ECS vervangingskosten, onvoldoende aandacht voor eerlijk spel en alsmaar meer eisen aan verenigingen zijn zomaar een paar voorbeelden van hoe het niet moet.

Gezonde verenigingen en het sociale gebeuren in de vereniging is het cement wat veel
liefhebbers bindt aan de duivensport. In een vorige Mijmeringen in deze reeks is uitgebreid
ingegaan op de rol van de vereniging. Eerlijk Spel moet ook op orde zijn. Het is immers
demotiverend om elke week bij voorbaat kansloos te zijn tegen liefhebbers die met veel
duiven spelen en of de duivensport (semi)professioneel beoefenen. Zo eerlijk mogelijk spel is
wel degelijk mogelijk en in een eerdere Mijmeringen in deze reeks is daar uitgebreid op
ingegaan. Liefhebbers welke met veel duiven spelen en of de sport (semi)professioneel
beoefenen hebben wellicht nog wel het meeste belang bij zo eerlijk mogelijk spel. Zonder de
liefhebbers die hobbymatig de duivensport beoefenen is er simpelweg geen duivensport.

De kosten goed in de gaten houden is een ander belangrijk punt. De NPO besteed in haar
Beleidsvoornemens voor 2024 hier aandacht aan. De NPO ECS strategie waarin evolutie
voorop staat en geen revolutie waardoor de huidige ECS systemen nog zo lang mogelijk
gebruikt kunnen worden draagt bij aan het in de hand houden van de kosten. Ook gaat de
NPO nogmaals kijken of we de vliegprogramma’s zo kunnen inrichten dat met minder
vluchten er meer spelplezier kan zijn.

2. Welke initiatieven zijn kansrijk om nieuwe leden te werven?
Dit vraagstuk houdt de duivensport al jaren bezig. Soms komt er een initiatief met potentie
langs. Zo’n initiatief is de Ladies League. Echtgenotes van duivenliefhebbers werden
spontaan lid. Zij waren zeker niet de enigen die enthousiast waren en zijn over het initiatief.
Een belangrijkste les is dat het betrekken van derden bij de sport wel degelijk kansrijk is als
je de juiste formule en aanpak hebt.
Het is vooraf lastig in te schatten welk initiatief kansrijk is en gaat aanslaan. Om in
duiventermen te spreken, we zullen vele jonge duiven moeten kweken om die ene kampioen
te bemachtigen. Er zijn dus veel initiatieven nodig. Dat gaat alleen lukken als we de
verenigingen en leden erbij betrekken. De rol van de NPO is dan vooral een initiërende,
faciliterende, promotionele en ondersteunende rol. Een goed voorbeeld is het organiseren
van de Olympiade door de NPO en het beschikbaar maken van een panklare mediakit voor
de verenigingen voor lokale promotie activiteiten. Als onderdeel van de nieuwe
communicatie strategie gaan we de mediakit updaten en het samen met het positieve
momentum van de Olympiade gebruiken voor lokale promotie door de verenigingen.
Voortbordurend op de Ladies League ontstond er een nieuw idee. Maak het mogelijk dat
een duif tijdelijk twee tenaamstellingen heeft. De eigenaar/liefhebber en een
buddyliefhebber nemen samen deel aan een competitie. Met dit principe kan elke vereniging competities organiseren voor buddyliefhebbers. Een competitie voor partners,
kinderen, kleinkinderen, schoolklassen, de ouderen vereniging, de plattelands jongeren, de
Rotary met sponsoring voor het goede doel, vriendengroepen etc. De competities kunnen
divers zijn, bijvoorbeeld een Tour de France, Belgische klassiekers, jonge duiven races, een
zomermaand competitie of koppelkoers. De mogelijkheden zijn eindeloos. De NPO zorgt
ervoor dat deze faciliteit wordt ingebouwd in de vereniging software en verzorgt de
landelijke PR inclusief een pakkende naam voor het initiatief. Ook promoot de NPO de
leukste lokale initiatieven en legt zij een database aan van initiatieven. Elke vereniging kan
dan zeer laagdrempelig aan de slag met het organiseren van creatieve competities en de
leden kunnen hun sociale en maatschappelijke achterban betrekken bij de duivensport.
Samen de thuiskomst van de duiven beleven en na afloop van een vlucht wordt de
buddyuitslag en competitiestand gemaild naar de buddy’s. Het is zeer flexibel en weinig
extra werk want alles is geautomatiseerd. Je kunt hiermee starten op verenigingsniveau en
bij succes en animo dit uitbreiden naar CC, Kring, Regio, Afdeling of Nationaal niveau. Het
doel is om door interessante sportbeleving het plezier van de liefhebbers te vergroten, een
positieve uitstraling voor de liefhebber en de duivensport in zijn/haar sociale en
maatschappelijke achterban te bewerkstelligen, positieve publiciteit voor de duivensport,
het betrekken van de gemeenschap bij de duivensport en hopelijk in het proces een buddy
transformeren naar een zelfstandige liefhebber. Wie pakt de handschoen op om het idee uit
te werken en de eerste editie te organiseren?

Zo zijn er vast andere ideeën met potentie. Hier ligt ook een taak voor de Sectie
Sportbeleving. En voor ons allemaal! We zullen in actie moeten komen om te werken aan
een toekomstbestendige duivensport. Vanzelf gebeurt het niet en iedereen kan bijdragen op
zijn of haar manier.

3. Hoe ziet een gezonde duivensport eruit met minder leden dan nu?
In veel landen is de duivenliefhebbersdichtheid
(het aantal liefhebbers per km2) vele malen lager
dan in Nederland. In Nederland zijn er 13.000
liefhebbers geregistreerd. In de UK (20.000),
Frankrijk (10.000), Duitsland (30.000) vinden we
vergelijkbare aantallen of soms meer leden.
Echter deze leden zijn verspreid over een vele
malen groter oppervlak (Bron FCI). Om op
eenzelfde dichtheid van liefhebbers te komen als
in de omringde landen kunnen we in Nederland
nog heel wat liefhebbers verliezen. In deze
landen met een veel lagere dichtheid van duivenliefhebbers is sprake van een goede
sportbeleving. Wie contact heeft met liefhebbers uit deze landen of weleens evenementen
en beurzen in deze landen heeft bezocht zal beamen dat de duivensport er, net als bij ons,
springlevend is. De les uit dit alles? Doemdenken is misplaatst. We zouden eens goed
moeten kijken hoe daar de sport wordt beleefd en er lering uit trekken voor onze eigen
toekomst.

De infrastructuur van de duivensport is in Nederland goed op orde en met de geplande
herindeling van de afdelingen is deze infrastructuur ook geborgd in de toekomst.
Ook met minder liefhebbers is er een gezonde toekomst voor de duivensport. Dat wil niet
zeggen dat we op voorhand moeten berusten in een teruggang van het aantal liefhebbers.
Integendeel. Zoals hierboven uiteengezet zijn er mogelijkheden om het tij te keren. Laten we
daar met z’n allen eensgezind aan gaan werken.

Gerard van de Aast