9-4-2024

Van de NPO Bestuurstafel: Overlast door roofvogels 9-4-2024

Gedurende het hele jaar en met name in het voorjaar hebben we als duivenliefhebbers
behoorlijk last van roofvogels. Vrijwel elke duivenliefhebber heeft ermee te maken en voor een
flink deel van onze liefhebbers is het een zeer groot probleem. In deze notitie wordt op een
aantal facetten van de roofvogel problematiek voor de duivensport ingegaan.

Hoe groot is het probleem?
De roofvogels die voor het grootste probleem zorgen zijn de havik, sperwer en slechtvalk. In
Nederland zijn er volgens een 2020 telling tot ongeveer 2.400 broedparen haviken, 2.700
broedparen sperwers en 220 broedparen slechtvalken (bron: Vogelbescherming) In de
winterperiode hebben we ook nog te maken met wintergasten en roofvogels op doortrek. In de
winter verdubbeld zo het aantal ruwweg. Vele tienduizenden postduiven worden jaarlijks
gepakt door deze roofvogels. Zo is vastgesteld in een studie dat een koppel haviken welke een
nest grootbrengen per jaar ongeveer 540 prooien slaat waarvan een behoorlijk percentage
bestaat uit geringde postduiven. (bron: HVJ2002050002001.pdf (natuurtijdschriften.nl))

Voor slechtvalken bestaan de prooien gemiddeld voor 38% uit duiven met uitschieters tot
84%. Het merendeel hiervan betreft postduiven. Het percentage is gerelateerd aan het aantal
duivenliefhebbers in de omgeving. Liefhebbers die in de nabijheid van een nest slechtvalken
wonen kunnen er over meepraten en niet zelden heeft het een grote impact op de hobby.
(bron: https://natuurtijdschriften.nl/pub/710078/DTKL2018026003009.pdf).

De ruim 5.000 broedparen haviken, sperwers en slechtvalken hoeven per jaar maar 10 tot 20
postduiven te pakken en je komt al op vele tienduizenden postduiven die worden geslagen door
deze roofvogels. Er wordt regelmatig melding gemaakt van flinke aantallen ringen van
postduiven die in en bij de nesten van deze roofvogels worden gevonden en dat suggereert dat
de werkelijke aantallen wellicht nog een stuk hoger liggen.

Een andere manier om het aantal slachtoffers te benaderen is de opgave door liefhebbers van
de aantallen duiven die men verliest aan roofvogels. In een representatieve poll in de wekelijkse
NPO nieuwsbrief Op de Hoogte van 12 maart 2021 gaven liefhebbers aan jaarlijks flink wat
duiven te verliezen aan roofvogels. Een flink deel van de liefhebbers, 40%, geeft zelfs aan
jaarlijks meer dan 7 duiven te verliezen aan roofvogels. Nederland heeft nog circa 13.000
postduiven liefhebbers.

Alles bij elkaar kom je gauw op 75.000 postduiven welke jaarlijks worden geslagen door
roofvogels. Naast het feit dat er veel duiven geslagen en opgegeten worden raken ook veel
duiven gewond door een aanval en veroorzaakt het veel stress bij de duiven. Dit kan tot gevolg
hebben dat de duiven niet meer naar buiten durven of dat ze niet meer naar het hok
terugkeren. Dit laatste betreft voornamelijk jonge duiven.

Wat kunnen we als liefhebber eraan doen?
Roofvogels zijn beschermd. Dat betekent dat we zijn aangewezen op maatregelen waarbij we,
binnen de wettelijke kaders,zo goed mogelijk omgaan met het probleem en onze hobby zodanig
inrichten dat we de roofvogels zoveel mogelijk te slim af zijn. Helemaal gaat dat nooit lukken en
slachtoffers zullen er altijd vallen. Ben de Keijzer, duivenliefhebber en valkenier heeft een
informatieve voorlichtingsfilm opgenomen waarin hij het gedrag van roofvogels uitlegt en hoe
je er als duivenliefhebber je voordeel mee kunt doen. Overlast van roofvogels beperken deel 1
van 3 (Dutch only) (youtube.com)

Veel liefhebbers hebben hun manier van duivenhouden noodgedwongen aangepast aan het
gedrag van de roofvogels. Wat later jonge duiven kweken zodat men bij het uitwennen van de
jonge duiven niet te maken krijgt met roofvogels in hun paarseizoen want roofvogels in het
paarseizoen zijn zeer fanatieke jagers. Duiven binnen houden tijdens de rui en in de winter
buiten laten op onregelmatige tijden. Een goede regel is ook; vliegen of in het hok. De ervaring
leert dat rondslenterende duiven een gemakkelijke prooi zijn voor roofvogels en ook roofvogels
aantrekken. Een bad alleen ter beschikking stellen in een beschermde omgeving als het hok,
spoetnik of buitenren. En ondanks al die maatregelen zullen er slachtoffers vallen. Oplossen
kunnen we het probleem dus nooit helemaal.

Wat kan de NPO doen?
Roofvogels zijn beschermd en dat is voor de NPO ook een gegeven. Maar we stellen het welzijn
van onze duiven centraal in ons beleid en om dan maar te berusten dat er jaarlijks vele
tienduizenden worden geslagen door roofvogels voelt ook niet goed. We hebben bij het
vaststellen van het nationaal vliegprogramma rekening gehouden met de roofvogel
problematiek. Door in het voorjaar wat later te beginnen geven we met name de werkende
liefhebbers iets meer tijd om hun duiven goed aan de start te brengen door de roofvogels zoveel
mogelijk te ontwijken. En de startdatum van het jonge duiven programma is zo gekozen dat iets
later gekweekte jonge duiven ook kunnen deelnemen aan deze vluchten.

Wat kunnen we nog meer doen?
We gaan in gesprek met de Vogelbescherming en de Werkgroepen Roofvogels Nederland.
Onderwerp van die gesprekken zal zijn om deze organisaties te vragen om te stoppen met het
ophangen van nestkasten. Het roofvogelbestand is gezond, wordt niet meer bedreigd en het
ophangen van nieuwe nestkasten is dus overbodig. Daarnaast hoort de slechtvalk (in
tegenstelling tot de havik en sperwer) hier van nature niet thuis, maar is het bestand de
afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid door het lukraak plaatsen van nestkasten zonder rekening
te houden met in de omgeving wonende duivenliefhebbers. Dit laatste is mogelijk omdat er
vanuit overheidswege op dit moment nog geen enkel beleid is met betrekking tot het plaatsen
van nestkasten voor deze predatoren. Meer nestkasten betekent nog meer roofvogels en dat
zal het probleem voor onze duiven en andere vaak beschermde prooidieren alleen nog maar
groter maken.
Als die gesprekken niets opleveren dan zullen we ons beraden op eventuele vervolgstappen.
Die vervolgstappen zouden o.a. kunnen bestaan uit het gereguleerd krijgen van nestkasten via
beleid en of vergunning procedures. Het NPO Bestuur gaat die en andere mogelijkheden
onderzoeken.

Samenvattend;
Het NPO Bestuur gaat in gesprek met de Vogelbescherming en de Werkgroepen Roofvogels
Nederland over het stoppen met het ophangen van nieuwe nestkasten. Mochten die
gesprekken niets opleveren dan zullen we proberen nestkasten gereguleerd te krijgen via beleid
en of vergunning trajecten.

Het NPO Bestuur