Hollanders doen het goed

Vooral voor de fond mannen is het momenteel een drukke periode. De ene na de andere eendaagse of meerdaagse fond vlucht wordt gevlogen in Nederland, het is zogezegd hooitijd. Ook in België waar ze nog meer lange afstanden spelen dan in Nederland zitten de liefhebbers een flink aantal dagen per week in de clublokalen of inkorf centrums. Wat de internationale vluchten betreft vliegt de Nederlandse fond duif zich behoorlijk in de kijker. De drie Internationale vluchten zijn namelijk alle drie door een Nederlandse duif gewonnen. Komend weekend  Internationaal Marseille en in Nederland Nationaal Chateauroux en het ziet er naar uit dat veel liefhebbers meedoen. De mannen hebben wel zin in een echte nationale krachtmeting. Het blijven altijd spannende en interessante concoursen ook al zijn bepaalde gebieden op zo een eendaagse race bij voorbaat kansloos voor een vroege klassering. Chateauroux is voor mij 665 km, de voorvlucht vliegt 525 km en in het noorden van ons land spelen ze 825 km. Een verschil van 300 km is te veel voor een eerlijke krachtmeting. Daarbij is het ook belangrijk uit welke hoek de wind waait en zo kunnen we nog wel meer negatiefs bedenken. Beter is het om nationale concoursen van de positieve kant bekijken, alle liefhebbers in hetzelfde concours dat is toch geweldig een droom als je zo een race op je naam weet te schrijven. Dat er een winnaar komt is zeker, dat er maar een komt is ook zeker maar dat mag geen reden zijn om niet mee te doen. Dat de schrik er een beetje in zit bij de fond spelers is te begrijpen. Barcelona was dit jaar loodzwaar. Het voorbije weekend vlogen de duiven van de oostelijke en noordelijke liefhebbers uit Orange 800-1000 km en ook die vlucht kende een traag verloop. De duiven werden zaterdagmorgen om 7.00 uur gelost. Op de dag van lossing zijn er een  aantal doorgekomen en op zondagavond waren er bij veel verenigingen nog niet genoeg duiven thuis om de klokken leeg te halen. Bij de jonge duiven kregen we  op de eerste de beste race al direct te maken met een heel moeilijke vlucht. Er werd besloten de tweede race te annuleren zodat de duiven die later thuisgekomen waren de gelegenheid hadden,weer even op krachten te komen. De vluchten daarna zijn prima verlopen. Afgelopen zaterdag een prachtige midfond vlucht voor de oude en ook een goed en snel verlopen snelheidsvlucht voor de jonge duiven. Ik denk dat we kunnen spreken van de twee mooiste vluchten van dit jaar.

HOE ZIET HET ER VERDER UIT

Zodra de helft van de jonge duivenvluchten voorbij zijn is ook het einde van het seizoen alweer in zicht. Nog twee mooie eendaagse fond vluchten. Op 29 juli de laatste midfond vlucht verder vier jonge duivenvluchten en dan de laatste vijf snelheidsvluchten ook wel natour genoemd. We leven dan 16 september en een week later gaan veel liefhebbers nog even gauw met vakantie. Zo ver is het nog niet. Als de weergoden ons goed gezind zijn valt er nog veel moois te beleven. Bijvoorbeeld de laatste 4 jonge duivenvluchten. De duiven zijn dan goed ingespeeld, de afstanden worden wat langer en de kwaliteit gaat dan meer en meer een belangrijke rol spelen. Vele malen heb ik al geschreven dat de prestaties van jonge duiven voor mij (bijna) niet meetellen bij de eindselectie. Wat wel meetelt zijn de prestaties die behaald worden op de drie laatste vluchten. Let er maar eens op, de duiven die dan goed komen zijn veelal als jaarling de betere vooral de duivinnen.

DE TOEKOMST

De ene keer denk ik volgend jaar ga ik het zo doen en een paar dagen later denk ik er weer heel anders over. Het liefste zou ik ze in een keer allemaal tegelijk wegdoen. Het zou misschien wel de beste oplossing zijn. Misschien ja, maar wat als blijkt dat het niet de beste oplossing is. Zeventig jaar duivensport is een groot deel van je leven. Zo groot dat het al je vrije tijd in beslag neemt. De duivensport heeft mij heel veel plezier bezorgd en ik heb er veel aan te danken. Nog steeds ben ik een enthousiaste duivenmelker, het is de leeftijd die alles meer en meer afremt. Dan denk ik weer, ik ga door met nog minder duiven. Een figurantenrol is echter niet aan mij besteed en de duivensport van nu zit zo in elkaar dat je alleen met grotere aantallen duiven kunt meedoen voor de kampioenschappen. Vroeger kon je 12 duiven het oude duivenprogramma s[pelen en meedoen voor de titels. Dat kun je tegenwoordig vergeten. Het zijn de grotere die de dienst uitmaken, die gasten hebben honderden duiven. Dat doen ze goed, prima zelfs, helaas kan ik dat niet meer opbrengen. Ik val dus af en het vervelende daarvan is dat je gauw vergeten bent. Zo was dat ook dat ik met pensioen ging. 38 jaar bij dezelfde werkgever, ben er daarna nooit meer geweest en ook nooit iemand meer gezien. Ja, een enkele keer op een begrafenis. En zo glijden we af wat ook door mezelf komt. De gezelligheid is weg, een duivenclub is geen duivenclub meer. Vroeger met 40-50 leden en sommige clubs hadden meer dan 100 actieve leden, nu nog geen 10 meer en met 10 ga je ook niet zo gauw de polonaise lopen. Nee, de sfeer van vroeger is er niet meer en wij zijn ook niet meer als vroeger. Afgunst in de duivensport wordt steeds groter en onenigheid door het steeds maar veranderen in de organisatie. De duivensport en ook ik gaan een moeilijke tijd tegemoet. Doorgaan of……….?

BERT BRASPENNING

Door | 2017-07-19T21:35:14+00:00 19 juli 2017|Nieuws|0 Reacties