Door: Stephan Göbel (dierenarts voor duiven)

We naderen alweer het einde van de maand augustus en de navluchten zijn inmiddels begonnen. Voor velen onder ons is de natour tegenwoordig de uitgelezen mogelijkheid om zonder al teveel verliezen hun jongen toch nog enige ervaring mee te geven. Een groot gedeelte van de liefhebbers zijn helaas te bang om hun jongen op de jonge duivenvluchten te spelen.

Zelf ben ik een groot voorstander van het jonge duivenspel en ben dan ook al vanaf het spenen (eind februari) dagelijks druk bezig met de jongen om ze in het gareel te krijgen. Het gaat ons inmiddels goed af en de verliezen zijn bij ons de laatste jaren gereduceerd tot een maximaal verlies van 10-20% over het gehele vluchtprogramma (inclusief opleren) genomen. Dit jaar zijn we de jonge duivenvluchten aangevangen met een 38-tal jongen (44 gespeend waarvan 2 weg met opleren en 4 geruimd wegens tekortkomingen) waarvan er nu na 6 vluchten nog 36 aanwezig zijn. Mijn geheim: opletten en niet alleen selecteren op topprestaties maar ook op thuiskomen! Bepaalde lijnen duiven komen ALTIJD thuis (m.u.v. het verongelukken van duiven).

Ligt het daar dan aan dat we zoveel jongen verliezen? Nee zeker niet. Wat duivenliefhebbers wel graag doen is een ander de schuld geven. Het ligt vaak aan het weer, de lossing, de ligging, de kassajuffrouw van de Jumbo etc etc. Het zal allemaal wel! Ik zal niet zeggen dat het weer en de lossing er geen invloed op hebben maar ik weet wel dat je er als duivencoach zelf heel veel aan kan doen om de jonge garde voor te bereiden op wat komen gaat!

Door de jaren heen (inmiddels zo’n 20 jaar) hebben wij een systeem ontwikkeld waarmee wij denken de jongen zo goed mogelijk voor te bereiden op hun vliegcarriére. De belangrijkste speerpunten:

Bij het uitwennen krijgen de jongen 10 dagen de tijd om de omgeving van het hok te verkennen. Na deze 10 dagen worden de duiven (als ze al niet door te schrikken van het een of ander zelf vliegen) verplicht te gaan trainen (meestal met waterballonnetjes want die richten geen schade aan, zo houd je de buren ook te vriend). Binnen een week wordt er dan verplicht een uur getraind wat de duiven al snel zelf uitbreiden tot anderhalf uur. Het voordeel van deze methode is dat de duiven vliegen vóórdat de dekrui (van het verduisteren begint). Eens de rui begonnen is en ze vliegen nog niet bent u zo 5 weken verder en is de eerste achterstand al een feit!

Hierbij komen we gelijk bij het tweede speerpunt: het opleren. Zodra de jongen tijdens hun training voor de eerste maal langer dan 5 minuten weggetrokken zijn begint de volgende dag het opleren. Dit is dus soms als de meesten nog piepen. Oriënteren zit in de genen van een duif. Dit hoeft u ze dus niet te leren. Ik ken méér dan 1 verhaal over pas afgespeende jongen die net aan de schapjes in vlogen en per ongeluk met opleren meegenomen werden en vervolgens gewoon thuiskwamen.  Wel later dan de rest omdat ze natuurlijk geen conditie hebben. Het opleren begint met achtereenvolgens 1-3-4-6-16-16-16-etc kilometer. Verder dan 16 km gaan we niet! Het is veel belangrijker dat de duiven leren alléén thuis te komen. Wij lossen ze dus op 16 km vaak tussen andere (veel grotere) koppels duiven die daar in de buurt thuishoren. Zo blijven de duiven daar vaak hangen en komen ze in kleine groepjes of alleen naar huis. Na dit 2 of 3 keer gedaan te hebben kijken ze vaak niet meer naar de vreemde koppels en gaan rechtstreeks naar huis om daar verder hun anderhalf uur vol te maken. De duiven worden in het begin altijd op de tijd opgeleerd waar zij normaal op trainen (bij ons omstreeks 16-16.30u). We proberen de duiven vóór de eerste opleervlucht van de afdeling zo’n 8 a 10 keer zelf op te leren en dus verspreid over een langere periode en dus NIET 10 keer in de laatste 20 dagen voor de vluchten beginnen.

Een ander belangrijk en vaak onderschat punt is de duiven voor te bereiden op het leven in een reismand. Onze jonge duiven brengen in de maanden april en mei meer dan eens een geheel weekend in de opleermanden door (dus 2 nachten). Aan het einde van het eerste weekend eten én drinken de duiven prima.

Een laatste belangrijk punt is de gezondheid van de duiven goed te houden. Jonge duiven hebben na het spenen een gebrekkige weerstand en u dient er als liefhebber zorg voor te dragen de weerstand geleidelijk en op een bewuste manier te laten ontwikkelen. Hierbij is vaccineren en regelmatige controle door een dierenarts die er ECHT verstand van heeft van groot belang (er lopen tobbers genoeg rond die zichzelf voor duivendokter uitgeven)! Geschikte momenten om een controle van de jongen uit te voeren zijn: als de laatste jongen bijgespeend zijn, vóór de start van het opleren en 2 weken voor de eerste opleer met de afdeling. Verder is een 3-wekelijkse controle tijdens het vliegseizoen aan te raden (kost iets meer tijd, maar is goedkoper dan zomaar potjes en poedertjes te kopen).

Als u dit voorgaande gelezen hebt zullen sommige denken dat dit wel heel veel moeite is om geen of minder jongen te verliezen. Deze mensen beseffen niet dat ze met een prestatiesport bezig zijn en zullen waarschijnlijk liever verdergaan met een ander de schuld te geven van hun lege jonge duivenhok dan de handen uit de mouwen te steken. Voor deze mensen is dit stuk ook niet geschreven. Als er maar 1% van de liefhebbers dit systeem opvolgt is mijn doel al bereikt!

Succes met de laatste vluchten!

Wilt u méér informatie over medische begeleiding? Kijk dan op www.duivenkliniek.nl